ECLI:NL:RBSGR:2004:AR5709
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing driejarenbeleid verblijfsvergunning asielprocedure
Eisers, een echtpaar met minderjarige kinderen, hebben zich op 28 december 1999 aangemeld bij het aanmeldcentrum te Zevenaar om een asielaanvraag in te dienen. Door drukte konden zij hun aanvraag pas op 1 februari 2000 indienen. Verweerder wees hun aanvragen af op grond van het driejarenbeleid, waarbij de termijn van drie jaar begint te lopen vanaf de datum van ontvangst van de aanvraag.
De rechtbank oordeelt dat verweerder niet in redelijkheid heeft kunnen besluiten geen gebruik te maken van zijn inherente afwijkingsbevoegdheid ingevolge artikel 8:84 Awb Pro, aangezien de vertraging buiten de schuld van eisers lag en niet was verdisconteerd in het driejarenbeleid. Eisers werden op 30 december 1999 naar het aanmeldcentrum gebracht maar moesten onverrichter zake terugkeren.
De rechtbank vernietigt de bestreden besluiten en draagt verweerder op opnieuw op het bezwaar te beslissen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van redelijkheid en billijkheid bij toepassing van het driejarenbeleid in vreemdelingenzaken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt de bestreden besluiten vanwege het niet redelijke gebruik van de afwijkingsbevoegdheid.