ECLI:NL:RBSGR:2004:AR5035
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Belzen
- Van de Kar
- Ferenschild
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en ontslag van rechtsvervolging wegens putatief noodweer na waarschuwingsschoten
De rechtbank 's-Gravenhage heeft verdachte vrijgesproken van poging tot doodslag en poging tot zware mishandeling omdat niet wettig en overtuigend is bewezen dat hij gericht heeft geschoten. Verdachte verklaarde waarschuwingsschoten te hebben gelost in de richting van de grond en/of lucht, wat werd ondersteund door technisch onderzoek en getuigenverklaringen.
Feiten omtrent bedreigingen binnen de familie en een conflict over een geldbedrag leidden tot een confrontatie waarbij verdachte zich bedreigd voelde. Hij loste drie waarschuwingsschoten toen hij werd omsingeld door een groep mannen. Hoewel achteraf geen onmiddellijke dreiging van aanranding werd vastgesteld, oordeelde de rechtbank dat verdachte redelijkerwijs mocht aannemen dat er een onmiddellijk dreigend gevaar was, waardoor sprake was van putatief noodweer.
De rechtbank verwierp het beroep op noodweer in de zin van artikel 41 Sr Pro omdat geen objectieve onmiddellijke dreiging bestond, maar erkende de strafuitsluitingsgrond van putatief noodweer. Verdachte werd daarom ontslagen van alle rechtsvervolging en het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven. Tevens werd de teruggave van inbeslaggenomen voorwerpen gelast.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken en ontslagen van alle rechtsvervolging wegens putatief noodweer na het lossen van waarschuwingsschoten.