ECLI:NL:RBSGR:2004:AR4751
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens ontbreken onevenredige hardheid en formele rechtskracht
Eisers, geboren in Nederland en van Marokkaanse nationaliteit, verzochten om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij hun vader in Nederland te verblijven. De Minister van Buitenlandse Zaken wees dit verzoek af, waarna diverse bezwaren en beroepen werden ingesteld. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRS) oordeelde eerder dat de grenzen van de beslisruimte van het bestuursorgaan formele rechtskracht bezitten, waardoor eerdere rechterlijke uitspraken bindend zijn.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende zorgvuldig had gehandeld, onder meer door het Bureau Medische Advisering (BMA) te betrekken, ondanks dat het BMA geen medisch advies kon uitbrengen vanwege ontoereikende informatie. Eisers stelden dat hun medische situatie en het gezinsleven een positieve verblijfsverplichting rechtvaardigden, maar de rechtbank vond dat de medische klachten geen zeer bijzondere individuele omstandigheden vormden die een onevenredige hardheid bij achterlating in Marokko opleverden.
Verder werd geoordeeld dat het familie- en gezinsleven tussen eisers en hun ouders niet zodanig intensief was dat het verblijf in Nederland verplicht moest worden toegestaan op grond van artikel 8 EVRM Pro. Ook tussen eisers en hun broers en zus bestond geen gezinsleven dat een verblijfsrecht zou rechtvaardigen. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard en de weigering van de mvv bevestigd.
Uitkomst: De beroepen tegen de weigering van de machtiging tot voorlopig verblijf worden ongegrond verklaard.