ECLI:NL:RBSGR:2004:AR4670
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf voor asiel vanuit derde land
Eiseres, van Ethiopische nationaliteit, diende vanuit Egypte een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met het doel asielrechtelijke bescherming te verkrijgen. Haar aanvraag werd door verweerder afgewezen omdat zij niet voldeed aan de criteria van het Vluchtelingenverdrag en er geen reëel risico op vervolging of onmenselijke behandeling bestond. De rechtbank oordeelde dat de nationale procedureregels niet van toepassing zijn op aanvragen vanuit het buitenland, maar dat verweerder wel verplicht is het besluit zorgvuldig voor te bereiden, hetgeen hier is gebeurd.
Eiseres voerde aan dat de procedure op de ambassade niet zorgvuldig was, onder meer omdat zij niet in haar eigen taal werd gehoord en geen rechtshulp kreeg. De rechtbank stelde vast dat de procedure volgens het UNHCR-Handbook en de geldende regelgeving was gevolgd, inclusief het horen van eiseres in het Engels en het toestaan van reacties van haar gemachtigde. Daarnaast verbleef eiseres in Egypte, waar zij zich tot de autoriteiten en UNHCR heeft gewend.
De rechtbank concludeerde dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij als vluchteling kan worden aangemerkt of dat zij een reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro. Ook is niet gebleken dat verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een mvv voor asiel wordt ongegrond verklaard.