ECLI:NL:RBSGR:2004:AR4398
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen bewaring vreemdeling wegens gebrek aan zicht op uitzetting en onrechtmatige tenuitvoerlegging
Eiseres, een vreemdeling van Chinese nationaliteit, is in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Zij voert aan dat er geen zicht is op haar uitzetting en dat de wijze van tenuitvoerlegging van de bewaring in strijd is met het Reglement regime grenslogies, met name vanwege onrechtmatige beperkingen in haar bewegingsvrijheid en onvoldoende dagbesteding.
Verweerder stelt dat er wel zicht is op uitzetting, maar dat eiseres onvoldoende medewerking verleent aan het verstrekken van noodzakelijke gegevens voor een laissez-passer. De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende voortvarend handelt en dat het gebrek aan medewerking van eiseres het voortduren van de bewaring rechtvaardigt.
De rechtbank stelt echter vast dat de beperkingen in bewegingsvrijheid, waarbij eiseres verplicht wordt van 12.00 tot 13.00 uur en van 17.15 tot 22.00 uur op haar kamer te verblijven, niet zijn gerechtvaardigd op grond van het Reglement. De tenuitvoerlegging voldoet daardoor niet aan de wettelijke eisen en is onrechtmatig vanaf 7 mei 2004. De rechtbank beveelt een wijziging van de tenuitvoerlegging zodat eiseres slechts gedurende de voor de nachtrust bestemde uren (22.00 tot 08.15 uur) op haar kamer hoeft te verblijven.
Een gebrek aan dagbesteding wordt niet als onrechtmatig beoordeeld, omdat dit geen directe beperking van bewegingsvrijheid betreft en geen schending van relevante normen oplevert. De rechtbank veroordeelt de Staat tot betaling van proceskosten aan eiseres en sluit hoger beroep uit.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de tenuitvoerlegging van de bewaring wordt gewijzigd zodat eiseres slechts gedurende de voor de nachtrust bestemde uren op haar kamer hoeft te verblijven.