ECLI:NL:RBSGR:2004:AR4384
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.H. de Jong-van Dooijeweert
- J.H.M. van de Ven
- T. de Lange
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op verblijfsvergunning wegens onvoldoende risico op schending artikel 3 EVRM bij terugkeer naar DRC
Eisers, afkomstig uit de Democratische Republiek Congo (DRC), vorderden een verblijfsvergunning wegens het risico op onmenselijke behandeling bij terugkeer. Zij stelden dat de Direction Générale de Migration (DGM) niet alleen immigratietaken vervult maar ook veiligheidsdiensten taken heeft, en dat terugkeerders risico lopen op mishandeling.
De rechtbank constateerde dat verweerder onvolledige informatie gaf over waarborgen bij terugkeer en geen afdoende antwoorden gaf op vragen over individuele uitzettingen. Het comité van ontvangst is alleen bij groepsuitzettingen aanwezig en er is geen monitorende functie na terugkeer. Desondanks concludeerde de rechtbank dat het risico voor iedere asielzoeker niet reëel is.
De individuele situatie van eisers, die tot de Moyumbe-bevolkingsgroep behoren en vreesden vervolging vanwege werkzaamheden voor Mobutu, werd beoordeeld. De rechtbank vond geen zwaarwegende aanwijzingen voor vluchtelingenstatus of risico op schending van artikel 3 EVRM Pro. De bestreden besluiten werden daarom in stand gelaten en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de afwijzing van de verblijfsvergunning.