ECLI:NL:RBSGR:2004:AR4355
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende onderzoek en motivering
Eiser, een Iraakse Koerd en voormalig peshmerga, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel en regulier. Verweerder wees deze af op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, stellende dat eiser betrokken zou zijn bij ernstige mensenrechtenschendingen. Verweerder baseerde dit onder meer op rapporten van Amnesty International en Human Rights Watch.
De rechtbank oordeelt dat het rapport van Amnesty International niet voldoet aan de eisen van een deskundigenbericht, omdat het onvoldoende inzicht geeft in de wijze van informatieverzameling en bronvermelding. Verweerder heeft nagelaten nader onderzoek te doen naar de betrouwbaarheid van deze informatie, waardoor niet aan de onderzoeks- en vergewisplicht is voldaan.
Daarnaast is het vermoeden van betrokkenheid van eiser bij mensenrechtenschendingen onvoldoende onderbouwd, mede omdat eisers eigen verklaringen niet concreet genoeg zijn. De rechtbank stelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat aan de 'personal and knowing participation test' is voldaan.
De beroepen worden gegrond verklaard, de bestreden besluiten vernietigd en verweerder wordt opgedragen binnen zes weken nieuwe besluiten te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en wordt de Staat der Nederlanden aangewezen voor vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning en verklaart het beroep gegrond.