ECLI:NL:RBSGR:2004:AR3689
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.P. Smit
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning asiel wegens artikel 1F Vreemdelingenverdrag niet voldoende gemotiveerd
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, kreeg in 1996 een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd toegekend. In 2003 werd deze vergunning ingetrokken op grond van artikel 35, eerste lid, aanhef en onder a, Vreemdelingenwet 2000, omdat verweerder meende dat eiser verantwoordelijk was voor handelingen als bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag. Dit volgde uit een individueel en een algemeen ambtsbericht.
De rechtbank oordeelt dat het verschil in formulering tussen artikel 31 en Pro artikel 35 Vreemdelingenwet Pro 2000 kan leiden tot een systeem waarbij een vergunning kan worden ingetrokken op basis van gegevens die tot afwijzing van de aanvraag hadden kunnen leiden, ook als de vreemdeling niet verplicht was deze gegevens te verstrekken. Dit is aanvaardbaar mits duidelijk is dat het verstrekken van die gegevens tot afwijzing kan leiden.
De rechtbank constateert dat verweerder eiser niet verantwoordelijk stelt voor persoonlijk gepleegde handelingen, maar voor ‘personal en knowing participation’. Verweerder heeft echter onvoldoende gemotiveerd dat eiser gegevens heeft achtergehouden of onjuiste informatie heeft verstrekt die hij had moeten verstrekken. Omdat de plicht tot verstrekking niet vaststaat, ontbreekt ook de bevoegdheid tot intrekking van de vergunning.
Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot intrekking vernietigd en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten. Een inhoudelijke beoordeling van de 1F-gedragingen vindt niet plaats.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning vernietigd wegens onvoldoende motivering.