ECLI:NL:RBSGR:2004:AR3321
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning zonder geldige machtiging tot voorlopig verblijf
Verzoekers, een Iraans echtpaar, vroegen om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd om in Nederland te werken en te verblijven bij de echtgenoot. De aanvragen werden afgewezen omdat zij niet beschikten over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv), terwijl geen vrijstellingsgronden van toepassing waren.
Verzoekers voerden aan dat zij als vluchteling waren binnengekomen, een sociaal netwerk hadden opgebouwd, werk verrichtten in de tapijtbranche en dat terugkeer naar Iran hun rechten onder artikel 3 en Pro 8 EVRM zou schenden. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat de asielprocedure de juiste route is voor bescherming op grond van artikel 3 EVRM Pro en dat het sociaal netwerk niet in aanmerking kon worden genomen omdat dit was opgebouwd tijdens illegaal verblijf.
De hardheidsclausule werd niet van toepassing geacht, en het argument dat verzoekers aan de inhoudelijke voorwaarden voldeden miskende de ratio van het mvv-vereiste, dat toetsing in het buitenland moet plaatsvinden. De voorlopige voorziening werd afgewezen en de bezwaren werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Verzoeken tot verlening van verblijfsvergunningen worden afgewezen wegens ontbreken geldige machtiging tot voorlopig verblijf; bezwaren ongegrond verklaard.