ECLI:NL:RBSGR:2004:AR3292
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning voor zeeman met kort arbeidsverleden
Verzoeker, een Kaapverdische zeeman die sinds november 2002 in Nederland verblijft, vroeg een verblijfsvergunning aan voor het zoeken van arbeid aan boord van een Nederlands zeeschip. De aanvraag werd afgewezen omdat hij niet voldeed aan het mvv-vereiste, aangezien hij minder dan zeven jaar werkzaam was op een Nederlands zeeschip. Verzoeker stelde dat deze afwijzing leidt tot frustratie van zijn recht op een werkloosheidsuitkering volgens de Werkloosheidswet en beriep zich op het gelijkheidsbeginsel en de hardheidsclausule.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd dat het tegenwerpen van het mvv-vereiste niet leidt tot het illusoir maken van het recht op werkloosheidsuitkering. Hoewel het beleid de grens van zeven jaar hanteert vanwege het ontbreken van een vaste verblijfplaats in het buitenland bij korter arbeidsverleden, weegt dit niet op tegen de belangen van verzoeker. De rechtbank wees het verzoek toe, bepaalde dat verzoeker niet mag worden uitgezet totdat op het bezwaar is beslist, en veroordeelde verweerder in de proceskosten.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging bij toepassing van het mvv-vereiste en bevestigt dat uitzonderingen mogelijk zijn wanneer strikt vasthouden aan het vereiste leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning wordt toegewezen en uitzetting wordt opgeschort.