ECLI:NL:RBSGR:2004:AR3083
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toepassing vertrekmoratorium op Bajuni asielzoekers uit Somalië en recht op opvang
Verzoekers, afkomstig uit de Bajuni minderheid zonder familie- of clanbanden in Noord-Somalië, vroegen de rechtbank om toepassing van het vertrekmoratorium dat door de minister is ingesteld op 11 juni 2004. Dit moratorium geldt voor Somaliërs die tot een minderheid behoren en geen banden hebben met Noord-Somalië, bedoeld om uitzetting naar dat gebied te voorkomen.
De minister had verzoekers geweigerd onder het moratorium te vallen, omdat zij een verblijfsalternatief zouden hebben op eilanden voor de Zuidkust van Somalië. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat de tekst van het moratorium ondubbelzinnig is en geen beperkingen toelaat op basis van een verblijfsalternatief. Uitzetting naar Somalië betekent in de praktijk uitzetting naar Noord-Somalië, wat het moratorium juist wil voorkomen.
De rechtbank concludeerde dat het moratorium op verzoekers van toepassing is en dat zij opnieuw moeten worden voorzien van de in artikel 45, vierde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 bedoelde verstrekkingen, waaronder opvang. Tevens werden de proceskosten aan verzoekers toegewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het vertrekmoratorium is van toepassing op Bajuni asielzoekers zonder banden in Noord-Somalië, waardoor zij recht hebben op opvang en verstrekkingen.