ECLI:NL:RBSGR:2004:AR2132
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum verblijfsvergunning asiel bij herhaalde aanvraag
Eiser, een Iraakse asielzoeker, stelde dat zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel al op 20 januari 2003 was ingediend, maar de rechtbank stelde vast dat de eerste schriftelijke aanvraag pas op 10 maart 2003 met het model M35-H was ondertekend. Verweerder had de verblijfsvergunning dan ook terecht met ingang van die datum verleend.
Eiser voerde tevens aan dat het beleid van categoriale bescherming voor Centraal-Iraakse asielzoekers onjuist was beëindigd en dat vergelijkbare gevallen eerder een vergunning kregen, maar deze grieven werden niet feitelijk onderbouwd of konden niet leiden tot een eerdere ingangsdatum.
De rechtbank baseerde zich op artikel 4:1 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 44, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000, waarin is bepaald dat de aanvraag schriftelijk moet worden ingediend en de vergunning niet eerder dan de datum van ontvangst van de aanvraag kan ingaan.
Omdat eiser niet had aangetoond dat hij zich vóór 10 maart 2003 schriftelijk tot verweerder had gewend, werd het beroep ongegrond verklaard. Er werden geen proceskosten toegewezen.
De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van de rechtbank 's-Gravenhage op 9 september 2004.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de ingangsdatum van de verblijfsvergunning op 10 maart 2003.