ECLI:NL:RBSGR:2004:AQ9898
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Rossum
- Bergman
- Boerlage
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak primair en gedeeltelijke veroordeling voor ontucht met geestelijk gehandicapte minderjarige
De rechtbank te 's-Gravenhage behandelde op 3 september 2004 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met de geestelijk gehandicapte dochter van zijn schoonzus. De primair ten laste gelegde feiten werden niet wettig en overtuigend bewezen verklaard, waardoor verdachte daarvoor werd vrijgesproken.
Wel achtte de rechtbank bewezen dat verdachte meermalen ontuchtige handelingen heeft gepleegd met het meisje, waarbij hij misbruik maakte van zijn overwicht als volwassene en het vertrouwen van het slachtoffer. Verdachte handelde uitsluitend uit eigen seksuele lustbevrediging en negeerde de mogelijke langdurige psychische gevolgen voor het slachtoffer.
De rechtbank hield rekening met het feit dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking was gekomen en baseerde zich onder meer op een rapport van Reclassering Nederland dat een behandeling bij De Waag adviseerde. Verdachte was geaccepteerd voor deze behandeling die op korte termijn zou aanvangen.
De straf bestond uit een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar, gekoppeld aan bijzondere voorwaarden waaronder reclasseringstoezicht en behandeling bij De Waag. De tijd die verdachte in voorlopige hechtenis had doorgebracht werd in mindering gebracht.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van de primair ten laste gelegde feiten en veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf waarvan 6 maanden voorwaardelijk met reclasseringstoezicht en behandeling.