ECLI:NL:RBSGR:2004:AQ9873
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening wegens hardheidsclausule en artikel 8 EVRM in mvv-procedure
Verzoekster, van Afghaanse nationaliteit, was sinds 1998 gescheiden van haar echtgenoot en kinderen door omstandigheden buiten haar invloedssfeer, waaronder een door een reisagent veroorzaakte scheiding van haar jonge kinderen tijdens hun vlucht. Nadat zij in 2001 met haar kinderen was herenigd in Rusland, reisde zij in 2003 vooruitlopend op de uitkomst van haar mvv-procedure naar Nederland vanwege ernstige medische problemen van haar zoon F.
De Minister wees haar aanvraag voor een verblijfsvergunning af wegens het ontbreken van een geldige mvv, zonder toepassing van de hardheidsclausule. Verzoekster stelde dat het stellen van het mvv-vereiste in haar situatie een onbillijkheid van overwegende aard oplevert, mede vanwege de kwetsbare positie van alleenstaande vrouwen in Afghanistan en de gezondheidstoestand van haar zoon.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het belang van verzoekster en haar gezin om het gezinsleven ononderbroken in Nederland te kunnen uitoefenen zwaarder weegt dan het belang van de overheid bij handhaving van het mvv-vereiste. Het tegenwerpen van het mvv-vereiste zou leiden tot een onaanvaardbare scheiding van het gezin en schending van artikel 8 EVRM Pro. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en de uitzetting opgeschort tot beslissing op bezwaar.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting van verzoekster wordt opgeschort wegens onaanvaardbare toepassing van het mvv-vereiste en schending van artikel 8 EVRM.