ECLI:NL:RBSGR:2004:AQ6808
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.J. van Rijssen
- C. van Linschoten
- P.J.M. Mol
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens artikel 1F VSV en onvoldoende toetsing artikel 3 EVRM
Eiser, afkomstig uit Libanon, werd gedwongen lid van de Southern Lebanese Army (SLA) en werkte in een gevangenis waar hij gevangenen mishandelde. Hij deserteerde uiteindelijk en vluchtte naar Nederland. Verweerder wees zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning af op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, omdat eiser persoonlijk betrokken was bij oorlogsmisdaden.
De rechtbank oordeelt dat eiser de mishandelingen heeft gepleegd en hiervan op de hoogte was, en dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet eerder kon deserteren ondanks verlofregelingen. Zijn beroep op dwang wordt verworpen omdat hij niet overtuigend heeft aangetoond dat hij geen mogelijkheid tot ontkomen had.
Daarnaast stelt de rechtbank vast dat verweerder niet heeft getoetst aan artikel 3 EVRM Pro, wat volgens jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak wel had moeten gebeuren. Hierdoor is de motivering van het besluit ontoereikend. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van artikel 3 EVRM Pro.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende toetsing aan artikel 3 EVRM.