ECLI:NL:RBSGR:2004:AQ6802
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.J. van Rijssen
- C. van Linschoten
- P.J.M. Mol
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens betrokkenheid bij oorlogsmisdrijven in Kosovo
Eisers, afkomstig uit de voormalige Federale Republiek Joegoslavië, vroegen een verblijfsvergunning asiel aan in Nederland. Eiser was politieagent bij de anti-terroristische eenheid en werd meerdere malen uitgezonden naar Kosovo, waar hij leiding gaf aan controleposten. Verweerder wees de aanvraag af op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, omdat eiser betrokken was bij ernstige misdrijven zoals plunderingen, arrestaties, mishandelingen en moord.
De rechtbank concludeert dat eiser wist van deze oorlogsmisdrijven en persoonlijk aan deze handelingen heeft deelgenomen, ook in een leidinggevende rol. Ondanks zijn stelling dat hij zich probeerde te onttrekken aan deze gedragingen, heeft hij onvoldoende bewijs geleverd om dit aannemelijk te maken. Zijn bezwaar tegen schorsing en het voortzetten van zijn werkzaamheden onderbouwen dit oordeel.
Verder is vastgesteld dat eiser geen reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer, mede door de amnestiewetgeving in zijn land van herkomst. Eiseres, zijn echtgenote, heeft geen eigen gronden voor asiel aangevoerd. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunning.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvragen voor verblijfsvergunning asiel worden afgewezen wegens betrokkenheid bij oorlogsmisdrijven.