ECLI:NL:RBSGR:2004:AQ5883
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. Timmermans
- M.Y. Bonneur
- M.P. van Harte
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en voorwaardelijke straf voor doen plegen van valsheid in geschrift ter hulp aan neef
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde op 29 juli 2004 de zaak tegen verdachte die zich op verzoek van zijn neef, die met brandwonden in het ziekenhuis lag, bij de politie had uitgegeven voor deze neef. Hiermee liet hij de politie een valse verklaring opmaken om zijn neef een vals alibi te verschaffen voor brandstichting in de slagerij van de ouders van zijn neef.
De rechtbank achtte het eerste ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen en sprak verdachte daarvan vrij. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte het tweede ten laste gelegde feit, doen plegen van valsheid in geschrift, heeft begaan. Dit feit werd strafbaar geacht en verdachte werd daarvoor veroordeeld.
De rechtbank hield rekening met eerdere veroordelingen van verdachte, maar ook met zijn excuses aan de politie en zijn medewerking. Gezien de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden legde de rechtbank een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden op met een proeftijd van 2 jaar, gecombineerd met een taakstraf van 120 uur. Bij niet-nakoming van de taakstraf geldt een vervangende hechtenis van 60 dagen.
De rechtbank benadrukte dat het handelen van verdachte de opsporing en waarheidsvinding ernstig had vertraagd en het vertrouwen in politieverklaringen had geschaad, wat zwaar werd aangerekend. De uitspraak werd gedaan in aanwezigheid van de rechters Timmermans, Bonneur en van Harte, en griffier Cremers.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van het eerste feit en veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden en een taakstraf van 120 uur voor doen plegen van valsheid in geschrift.