ECLI:NL:RBSGR:2004:AQ5697
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikking verblijfsvergunning wegens onzorgvuldige voornemenprocedure
Eiser, een vreemdeling van Beninse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Verweerder wees deze aanvraag af bij beschikking van 3 juni 2002. Eiser stelde beroep in en voerde aan dat hij niet in de gelegenheid was gesteld een zienswijze in te dienen omdat het voornemen tot afwijzing niet aan zijn gemachtigde was gezonden.
De rechtbank oordeelde dat reeds op 5 april 2002 een advocaat namens eiser correcties en aanvullingen had ingediend op het rapport van nader gehoor, wat door verweerder op 11 april 2002 was ontvangen, vóór het uitreiken van het voornemen aan eiser. Verweerder had betoogd dat de advocaat zich niet uitdrukkelijk als gemachtigde had gesteld, maar de rechtbank verwierp dit omdat een uitdrukkelijke volmacht in deze fase niet wettelijk vereist is.
Verder was het onzorgvuldig van verweerder om het voornemen niet ook aan de gemachtigde te zenden, temeer omdat de voornemenprocedure een essentieel onderdeel is van de asielprocedure. Daarom werd de bestreden beschikking vernietigd wegens strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel uit artikel 3:2 Awb Pro. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzingsbeschikking verblijfsvergunning en draagt verweerder op een nieuwe beschikking te geven.