ECLI:NL:RBSGR:2004:AQ5199
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering staatsburgerschap en vervolgingsvrees
Eisers, etnische Armenen afkomstig uit Azerbeidzjan, vroegen in 1999 asiel aan in Nederland. De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie wees hun aanvragen af met de reden dat zij van rechtswege het staatsburgerschap van de Russische Federatie zouden hebben verkregen en geen persoonlijke vervolgingsvrees zouden hebben.
De rechtbank oordeelt dat de minister zich niet redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat eisers staatsburgers van de Russische Federatie zijn, omdat zij niet konden aantonen dat zij op 6 februari 1992 een permanente woonregistratie (propiska) hadden. Ook was het onaannemelijk dat zij legaal en zonder problemen aan het maatschappelijk leven konden deelnemen in Rusland, mede gelet op hun verklaringen over registratieproblemen in Moskou.
Ten aanzien van de vervolgingsvrees stelt de rechtbank vast dat de etnische zuiveringen in Azerbeidzjan in 1989 gegronde vrees voor vervolging opleverden. De minister heeft dit onvoldoende gemotiveerd betwist en verzuimd expliciet in te gaan op de toekomstige vervolgingsvrees. Daarom zijn de beroepen gegrond en worden de besluiten vernietigd, met opdracht tot nieuwe besluitvorming.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten en beveelt nieuwe besluitvorming vanwege onvoldoende motivering over staatsburgerschap en vervolgingsvrees.