ECLI:NL:RBSGR:2004:AQ4467
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning wegens medische noodsituatie echtgenote
Eiser, een Armeense vreemdeling, vroeg een verblijfsvergunning aan om bij zijn ernstig zieke echtgenote te kunnen verblijven tijdens haar medische behandeling in Nederland. Verweerder weigerde deze vergunning vanwege het ontbreken van een geldig paspoort. De rechtbank oordeelt dat verweerder het ontbreken van een paspoort in dit geval niet redelijk mocht tegenwerpen, gezien de medische situatie van de echtgenote en het feit dat zij volledig afhankelijk is van eiser voor verzorging.
De rechtbank stelt vast dat eiser voldoende bewijs heeft geleverd van zijn pogingen om een paspoort te verkrijgen, waaronder aangetekende brieven aan de Armeense ambassade en een circulaire waaruit blijkt dat een verblijfsstatus vereist is voor de afgifte van een paspoort. Verweerder had moeten onderzoeken of toepassing van de afwijkingsbevoegdheid op grond van artikel 3:72 Vreemdelingenbesluit Pro 2000 mogelijk was.
Verder concludeert de rechtbank dat verweerder ten onrechte van een kennelijk ongegrond bezwaar uitging en eiser niet heeft gehoord, wat in strijd is met de hoorplicht. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en beveelt een nieuwe beslissing binnen zes weken. Tevens wordt een voorlopige voorziening getroffen waardoor uitzetting wordt opgeschort en worden de proceskosten aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen zes weken.