ECLI:NL:RBSGR:2004:AQ2196
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring in uitzetcentrum wegens overschrijding maximale verblijfsduur
Eiser verbleef vanaf 26 januari 2004 in een uitzetcentrum, terwijl de interne richtlijn van verweerder een maximale verblijfsduur van 28 dagen voorschrijft. Ondanks toezeggingen van de Soedanese autoriteiten voor het verstrekken van een laissez-passer, bleef deze uit, waardoor eiser uiteindelijk 46 dagen in het centrum verbleef.
Verweerder stelde dat de verblijfsduur niet strikt begrensd is en afhankelijk kan zijn van belangen van openbare orde en nationale veiligheid. De rechtbank oordeelde dat een geringe overschrijding verschoonbaar kan zijn, maar de aanzienlijke overschrijding in deze zaak niet gerechtvaardigd is, mede omdat geen uitzetting had plaatsgevonden.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval de opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel per 17 maart 2004 en kende een schadevergoeding toe van €1610 voor de periode van 23 februari tot en met 16 maart 2004. Tevens werden proceskosten van €322 toegewezen aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank beveelt opheffing van de bewaring per 17 maart 2004 en kent schadevergoeding toe wegens overschrijding van de maximale verblijfsduur.