ECLI:NL:RBSGR:2004:AQ1957
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens schending vertrouwensbeginsel bij buitenbehandelingstelling verblijfsaanvraag
Eiseres diende een aanvraag in tot verlenging van haar verblijfsvergunning, die buiten behandeling werd gesteld wegens het niet tijdig betalen van leges. De rechtbank oordeelt dat artikel 24, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) dwingend voorschrijft dat bij niet-betaling van leges de aanvraag niet in behandeling wordt genomen, zonder beperking door de termijn van artikel 4:5, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Echter heeft verweerder gehandeld in strijd met het vertrouwensbeginsel door de aanvraag na ommekomst van vier weken alsnog buiten behandeling te stellen, terwijl eiseres erop mocht vertrouwen dat haar aanvraag na deze termijn alsnog in behandeling zou worden genomen conform het oude beleid (paragraaf B1/4.2.1 Vreemdelingencirculaire 2000). De rechtbank verwerpt het standpunt van verweerder dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet kan slagen omdat dit tot contra legem handelen zou leiden.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens ondeugdelijke motivering en schending van het vertrouwensbeginsel en veroordeelt verweerder tot het nemen van een nieuw besluit binnen tien weken. Tevens worden de proceskosten en griffierechten aan eiseres toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot buitenbehandelingstelling wordt vernietigd wegens schending van het vertrouwensbeginsel.