ECLI:NL:RBSGR:2004:AQ1479
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verblijfsvergunning wegens onvoldoende feitelijke gezinsband en schending artikel 8 EVRM
Eisers, zes minderjarige kinderen met de Marokkaanse nationaliteit, vroegen een verblijfsvergunning aan met als doel verblijf bij hun Nederlandse vader. Verweerder wees de aanvragen af omdat de feitelijke gezinsband sinds 1990 verbroken zou zijn en verweerder vond dat eisers niet voldeden aan de voorwaarden voor gezinshereniging. Eisers voerden aan dat het oude driejarenbeleid van toepassing was en dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met hun belangen onder artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht aannam dat de feitelijke gezinsband verbroken was, mede omdat eisers langdurig in een ander gezin in Marokko verbleven en onvoldoende bewijs was geleverd van een duurzame gezinsrelatie met de vader. Ook was het oude driejarenbeleid niet gunstiger voor eisers. Het beroep op TBV 2003/7 faalde omdat geen aanvraag was ingediend met het doel klemmende humanitaire redenen.
Ten aanzien van artikel 8 EVRM Pro stelde de rechtbank vast dat verweerder niet alle relevante feiten en omstandigheden had meegewogen, zoals het lange legale verblijf van de ouders in Nederland, de leeftijd van de kinderen, het rechtmatig verblijf van eisers en de opgebouwde banden in Nederland. Hierdoor ontbrak een deugdelijke motivering en was het bestreden besluit onrechtmatig. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de besluiten en beval verweerder binnen zes weken nieuwe besluiten te nemen. Tevens werden proceskosten aan eisers toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de bestreden besluiten worden vernietigd, met de verplichting aan verweerder om binnen zes weken nieuwe besluiten te nemen.