ECLI:NL:RBSGR:2004:AP8685
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting bewaring vreemdeling met uitzicht op uitzetting
De rechtbank 's-Gravenhage heeft op 26 april 2004 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak betreffende de voortzetting van de bewaring van een vreemdeling met Libanese nationaliteit. De vreemdeling betwistte de rechtmatigheid van de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel, omdat volgens hem geen zicht op uitzetting bestond vanwege een mogelijk uitleveringsverzoek aan de Verenigde Staten.
De rechtbank overwoog dat de uitlevering aan de Verenigde Staten niet aan uitzetting in de weg staat, omdat de rechtbank Amsterdam de uitlevering als ontoelaatbaar had beoordeeld en er een lopende cassatieprocedure was. Tevens was de Minister van Justitie niet langer tegen uitzetting naar Egypte, waar de vreemdeling zou worden uitgezet. De Egyptische autoriteiten hadden echter nog geen laissez-passer afgegeven, waardoor op dat moment noch uitlevering noch uitzetting mogelijk was.
Gezien de duur van de bewaring van ongeveer twee maanden en de voortgang van de procedures, concludeerde de rechtbank dat er voldoende zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn bestond. Daarom was de voortzetting van de bewaring niet onrechtmatig. Het beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en oordeelt dat de voortzetting van de bewaring rechtmatig is vanwege voldoende zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn.