ECLI:NL:RBSGR:2004:AP4389
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Bewaring vreemdeling onrechtmatig wegens onvoldoende informatie over uitzetting
Eiser werd op 22 december 2003 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet Pro 2000. De rechtbank heeft in een eerdere uitspraak van 12 januari 2004 geoordeeld dat het voortduren van de bewaring niet onrechtmatig was. In het huidige beroep is onderzocht of sinds die uitspraak feiten zijn voorgevallen die het voortduren van de bewaring onrechtmatig maken.
De rechtbank constateert dat verweerder bij de behandeling van het eerste beroep onjuiste en onvoldoende informatie heeft verstrekt over de aanvraag van een laissez-passer bij de Algerijnse autoriteiten en de voortgang van het identiteitsonderzoek. Uit een voortgangsrapportage blijkt dat verweerder al eerder meer en andersluidende informatie had, waardoor de rechtbank onvoldoende is geïnformeerd.
Deze tekortkoming heeft geleid tot onduidelijkheid over de werkwijze en het zicht op uitzetting van eiser. Gezien het belang van goede voorlichting acht de rechtbank het noodzakelijk om consequenties te verbinden aan deze onvoldoende informatieverstrekking.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt opheffing van de bewaring met ingang van heden, wijst het verzoek om schadevergoeding af en veroordeelt verweerder in de proceskosten. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling wordt opgeheven wegens onvoldoende en onjuiste informatie over de uitzetting.