ECLI:NL:RBSGR:2004:AP1241
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewaring vreemdeling na strafrechtelijke detentie ondanks niet nagekomen inspanningsverplichting
De vreemdeling, met de Surinaamse nationaliteit, was na een strafrechtelijke detentie van korte duur in vreemdelingrechtelijke bewaring gesteld. Hij stelde dat verweerder geen inspanningen had verricht om zijn uitzetting te effectueren gedurende zijn detentieperiode, wat volgens hem de bewaring onrechtmatig maakte. De rechtbank overwoog dat de inspanningsverplichting zoals neergelegd in de Vreemdelingencirculaire 2000 geen garantie biedt dat een vreemdeling na detentie niet in bewaring wordt gesteld.
De rechtbank nam mee dat de vreemdeling geen identiteitspapieren bezit, geen vaste woon- of verblijfplaats heeft en zich niet heeft gemeld bij de korpschef. Daarnaast was hij veroordeeld voor een misdrijf. Er was geen aannemelijk bewijs dat verweerder de uitzetting eerder had kunnen effectueren als de inspanningsverplichting wel was nagekomen. De belangenafweging wees uit dat de bewaring in redelijke verhouding stond tot de ernst van het gebrek.
De rechtbank concludeerde dat de bewaring niet in strijd is met de Vreemdelingenwet 2000 en dat het beroep ongegrond is. Tevens wees zij het verzoek om schadevergoeding af en zag zij geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Het beroep werd derhalve verworpen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.