ECLI:NL:RBSGR:2004:AP0534
Rechtbank 's-Gravenhage
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens ontbrekende volmacht in vreemdelingenrecht
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de rechtbank het beroep van opposant aanvankelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat de gemachtigde niet had aangegeven bepaaldelijk gevolmachtigd te zijn tot het instellen van het beroep, zoals vereist in artikel 70, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De gemachtigde had na een daartoe gestelde termijn dit verzuim niet hersteld.
Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring is verzet ingesteld. De rechtbank overweegt dat hoewel artikel 70 Vw Pro 2000 een strikte en uniforme toepassing van het volmachtsvereiste verlangt, dit niet automatisch tot niet-ontvankelijkheid moet leiden indien er geen gerede twijfel bestaat over de bevoegdheid van de gemachtigde. In casu was er geen twijfel over de bevoegdheid van de gemachtigde.
De rechtbank verwijst naar de ratio van artikel 70 Vw Pro 2000 en de parlementaire geschiedenis, waarin is beoogd aansluiting te vinden bij de jurisprudentie omtrent formaliteiten bij rechtsmiddelen. De rechtbank concludeert dat het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard en verklaart het verzet gegrond. Het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het beroep wordt niet niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een bepaaldelijke volmacht.