ECLI:NL:RBSGR:2004:AP0470
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- H.F.M. Hofhuis
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen tegen Regeling superheffing en melkpremie wegens strijdigheid met hogere regelgeving
Eisers, waaronder de Stichting Handen af van Melkleasen en individuele melkveehouders, vorderden in kort geding de buitenwerkingstelling van de Regeling superheffing en melkpremie 2004, omdat zij meenden dat deze regeling onrechtmatig is en strijdig met hogere regelgeving zoals Europese Verordeningen en het EVRM. Zij stelden dat de Regeling het volledig verleasen van melkquota en het verleasen van meer dan 30% van het quotum onmogelijk maakt, wat leidt tot ernstige nadelige gevolgen voor hun bedrijfsvoering en eigendomsrechten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgerlijke rechter bevoegd is om de rechtmatigheid van de Regeling te toetsen, maar dat eisers niet ontvankelijk zijn in het tweede onderdeel van hun vordering gericht tegen het Productschap, omdat bezwaar- en beroepsmogelijkheden bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven bestaan. De rechter concludeerde dat de Regeling in overeenstemming is met de Europese Verordening 1788/2003 en dat er geen sprake is van onmiskenbare onverbindendheid die buitenwerkingstelling rechtvaardigt.
De rechter nam ook het standpunt in dat de Regeling niet in strijd is met het EVRM en de Grondwet, omdat de sanctie van toevoeging van ongebruikte quota aan de nationale reserve geen onteigening inhoudt en er voldoende overgangs- en knelgevallenregelingen zijn. De vorderingen werden daarom afgewezen en eisers werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van eisers tegen de Regeling superheffing en melkpremie worden afgewezen en eisers worden veroordeeld in de proceskosten.