ECLI:NL:RBSGR:2004:AP0268
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Belzen
- Bosma
- Hartmann
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs en niet-ontvankelijkheid benadeelde partij in schadevordering
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde op 28 mei 2004 de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van meerdere strafbare feiten zoals vermeld in de gewijzigde dagvaarding. Tijdens de terechtzitting van 14 mei 2004 werd verdachte gehoord en bijgestaan door zijn raadsman.
De officier van justitie had gevorderd dat verdachte vrijgesproken zou worden van één primair ten laste gelegd feit en veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 maanden voor de overige feiten, waarvan 5 maanden voorwaardelijk. Tevens werd een schadevergoeding van €51.330,- gevorderd namens de benadeelde partij NS Reizigers BV, met een alternatieve vordering tot betaling aan de staat.
De rechtbank oordeelde echter dat het bewijs onvoldoende was om de tenlasteleggingen wettig en overtuigend vast te stellen. Daarom sprak zij verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. Omdat geen straf of maatregel werd opgelegd, verklaarde de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering tot schadevergoeding.
Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer, waarbij één rechter niet kon ondertekenen. De uitspraak benadrukt het belang van voldoende bewijs voor een veroordeling en de consequenties daarvan voor civiele vorderingen in strafzaken.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en de benadeelde partij is niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering.