ECLI:NL:RBSGR:2004:AP0238
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- B. van ‘t Laar
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen mvv-vereiste voor Turkse zelfstandige ondernemer in strijd met standstill-beginsel
Verzoeker, een Turkse onderdaan die sinds 1997 in Nederland verblijft, diende in 2003 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning als zelfstandige ondernemer. Deze aanvraag werd afgewezen vanwege het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Verzoeker stelde dat het mvv-vereiste sinds 12 december 1998 niet meer toegepast mag worden vanwege het standstill-beginsel uit het Aanvullend Protocol bij de Associatieovereenkomst EG-Turkije, dat sinds 1973 geldt.
De voorzieningenrechter overwoog dat het mvv-vereiste weliswaar al in de wetgeving stond, maar dat de aanscherpingen sinds 1998 een materiële belemmering vormen voor Turkse zelfstandigen om zich in Nederland te vestigen. Dit is in strijd met het standstill-beginsel dat nieuwe beperkingen verbiedt. Verweerder had onvoldoende onderzocht of het mvv-vereiste strengere voorwaarden stelt dan in 1973 en had het beroep op het standstill-beginsel niet adequaat gemotiveerd afgewezen.
Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen, waarbij de afwijzing van de verblijfsvergunning werd geschorst totdat op het bezwaar was beslist. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van verzoeker. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en de afwijzing van de verblijfsvergunning wegens ontbreken van een mvv wordt geschorst.