ECLI:NL:RBSGR:2004:AP0237
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- B. van ‘t Laar
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening mvv-vereiste en hardheidsclausule bij medische behandeling en etnische discriminatie
Verzoekers, een echtpaar van Armeense en Azeri afkomst met de Azerbeidzjaanse nationaliteit, dienden aanvragen in voor een verblijfsvergunning met het doel medische behandeling en verblijf bij echtgenote. De aanvragen werden afgewezen omdat zij niet beschikten over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Verzoekers maakten bezwaar en vroegen om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen totdat het bezwaar was beslist.
De voorzieningenrechter overwoog dat de Azerbeidzjaanse vertegenwoordiging in Berlijn geen laissez-passers verstrekt aan personen van Armeense afkomst, wat het verkrijgen van reisdocumenten feitelijk onmogelijk maakt. Dit gecombineerd met de ernstige epilepsie en psychische problemen van verzoekster, die onder medische behandeling staat, leidt tot een situatie waarin het mvv-vereiste onbillijk is.
De rechter oordeelde dat verweerder zich in het bezwaarproces nader moet uitlaten over de mogelijkheid voor verzoekers om een laissez-passer te verkrijgen. Tot die tijd wordt de uitzetting opgeschort. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de uitzetting wordt opgeschort totdat op bezwaar is beslist.