ECLI:NL:RBSGR:2004:AP0194
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel Somalische minderheidsgroepering
Verzoeker, een Somalische asielzoeker behorend tot de minderheidsgroepering Bagadi, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Deze werd door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) afgewezen op basis van onvoldoende geloofwaardigheid van het asielrelaas en het ontbreken van documenten ter onderbouwing van de reisroute.
Verzoeker vreesde voor zijn leven vanwege conflicten binnen clanverbanden en verwees naar voorlopige maatregelen van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) die uitzetting naar Somalië belemmeren. De rechtbank oordeelde dat de IND terecht twijfelde aan de geloofwaardigheid van het relaas vanwege vaagheden en het ontbreken van bewijsstukken.
Echter stelde de rechtbank vast dat de IND onvoldoende heeft gemotiveerd waarom verzoeker, die geen familie- of clanbanden heeft in Noord-Somalië, toch zou kunnen terugkeren. De voorlopige maatregel van het EHRM en de actuele situatie in Somalië werden niet adequaat betrokken bij de besluitvorming.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard wegens schending van het motiveringsvereiste en werd het besluit vernietigd met de verplichting tot een nieuw besluit. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan verzoeker.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.