ECLI:NL:RBSGR:2004:AP0109
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij afwijzing bijstandsuitkering wegens detentie
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (Abw), welke door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag is afgewezen. De afwijzing was gebaseerd op het feit dat verzoeker niet woonachtig was op het opgegeven adres en dat zijn eerdere uitkering was beëindigd wegens onvolledige informatie over zijn woonsituatie.
Verzoeker maakte bezwaar en vroeg vervolgens om een voorlopige voorziening om tijdens de bezwaarprocedure in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien. Tijdens de zitting bleek dat verzoeker sinds 9 maart 2004 opnieuw in detentie verbleef, waardoor hij volgens de Wet werk en bijstand (WWB) geen recht op bijstand heeft.
De voorzieningenrechter overweegt dat, hoewel het verzoek om bijstand onder de Abw was gedaan, de WWB sinds 1 januari 2004 van toepassing is en dat detentie uitsluiting van het recht op bijstand betekent. Daarom komt het verzoek om voorlopige voorziening niet voor toewijzing in aanmerking en wordt het afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verzoeker door detentie geen recht op bijstand heeft.