ECLI:NL:RBSGR:2004:AP0023
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ingangsdatum verblijfsvergunning bij middelenvereiste in vreemdelingenrecht
Eiseres heeft op 10 oktober 2001 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder beperking 'verblijf bij echtgenoot'. De aanvraag werd aanvankelijk afgewezen, waarna bezwaar en beroep werden ingesteld. De echtgenoot van eiseres ontving destijds ziekengeld, wat niet als duurzame middelen van bestaan werd aangemerkt. Later werd door het UWV vastgesteld dat de echtgenoot recht had op een wajong-uitkering, die wel als duurzaam en zelfstandig inkomen geldt.
De kern van het geschil betrof de ingangsdatum van de verleende verblijfsvergunning. Eiseres stelde dat, aangezien haar echtgenoot vanaf 2 juni 1998 volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was, de vergunning met ingang van de aanvraagdatum (10 oktober 2001) had moeten worden verleend. De rechtbank oordeelde echter dat de ingangsdatum conform artikel 26 Vreemdelingenwet Pro 2000 de datum is waarop aan alle voorwaarden, waaronder het middelenvereiste, is voldaan en aangetoond.
In dit geval was dat 20 februari 2003, de datum waarop de beschikking van het UWV werd gegeven. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de fictieve weigering om te beslissen op het bezwaarschrift niet-ontvankelijk en het beroep voor het overige ongegrond. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: De verblijfsvergunning wordt toegekend met ingang van de datum waarop aan het middelenvereiste is voldaan en aangetoond, niet de datum van aanvraag.