ECLI:NL:RBSGR:2004:AP0010
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op afwijkingsbevoegdheid bij Dublinclaim wegens medische situatie
Eiseres, een Afghaanse vrouw, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel in Nederland. Verweerder wees de aanvraag af op grond van artikel 30 Vreemdelingenwet Pro 2000, omdat Bulgarije verantwoordelijk was voor de behandeling van haar asielverzoek volgens de Dublinovereenkomst. Eiseres voerde aan dat vanwege haar ernstige medische situatie en de noodzaak van familieondersteuning in Nederland verweerder de aanvraag aan zich had moeten trekken op basis van de inherente afwijkingsbevoegdheid.
De rechtbank oordeelde dat artikel 30, aanhef en onder d, Vreemdelingenwet 2000 geen ruimte laat om andere feiten dan in dat artikel genoemd te betrekken bij de beoordeling van de aanvraag. Het feit dat eiseres langdurig in Bulgarije verbleef en Bulgarije instemde met de overname, maakte dat verweerder geen beleidsvrijheid had en de aanvraag moest afwijzen. De medische situatie van eiseres kon geen rol spelen bij deze beslissing.
Verder stelde eiseres dat terugzending naar Bulgarije een schending van artikel 3 EVRM Pro zou opleveren vanwege haar medische toestand en suïcidegevaar. De rechtbank volgde de beoordeling van het Bureau Medische Advisering dat adequate medische behandeling in Bulgarije mogelijk was en dat er geen sprake was van een medische noodsituatie. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank wees ook op de mogelijkheid voor eiseres om een verblijfsvergunning regulier aan te vragen op grond van artikel 8 EVRM Pro, maar dat dit geen grond was voor een verblijfsvergunning asiel. Er werd geen veroordeling in proceskosten uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt afgewezen op grond van de Dublinovereenkomst en artikel 30 Vreemdelingenwet 2000.