ECLI:NL:RBSGR:2004:AO9617
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verblijfsvergunning en belang bij doorprocederen naturalisatie
Eiser, van Iraakse nationaliteit, had aanvankelijk een voorwaardelijke vergunning tot verblijf (vvtv) ontvangen, maar zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel werd afgewezen. Na diverse bezwaar- en beroepsprocedures heeft de rechtbank in 2001 een eerdere beslissing vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met een gemotiveerde beoordeling van het bandencriterium.
Verweerder trok vervolgens het eerdere besluit in en verleende eiser een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met ingang van 25 november 2002. Eiser stelde dat hij belang had bij doorprocederen omdat een eerdere vergunning hem eerder in aanmerking zou brengen voor naturalisatie. De rechtbank oordeelde dat het belang van eiser voldoende concreet en actueel is om het beroep te kunnen ontvangen.
De rechtbank stelde vast dat het bestreden besluit niet voldoet aan het motiveringsvereiste van artikel 7:12 Awb Pro, omdat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het bandencriterium is toegepast en het bezwaar van 21 januari 2000 kennelijk ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard. Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af, waarbij verweerder tevens in de proceskosten wordt veroordeeld.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen.