ECLI:NL:RBSGR:2004:AO6628
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.J. van Bennekom
- C. Uriot
- A.E. de Vos
- Rechtspraak.nl
Intrekking vluchtelingenstatus wegens vermeende betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen KhAD
Eiser, voormalig onderminister en generaal-majoor bij de Afghaanse veiligheidsdienst KhAD/WAD, kreeg in 1996 een vluchtelingenstatus toegekend. Verweerder trok deze status in 2000 in op grond van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag, stellende dat eiser betrokken was bij ernstige mensenrechtenschendingen. Eiser werd voorafgaand aan de statusverlening niet gehoord.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende informatie had om eiser te horen voordat de status werd toegekend, maar dit niet heeft gedaan. Het motief voor intrekking, dat eiser gegevens zou hebben achtergehouden, is onvoldoende gemotiveerd. Bovendien is het besluit in strijd met het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel.
De rechtbank vernietigt het besluit en beveelt een nieuw besluit met inachtneming van de uitspraak. Tevens veroordeelt zij de Staat in de proceskosten. De rechtbank benadrukt dat artikel 1(F) restrictief moet worden uitgelegd en dat een spontane informatieplicht van de vreemdeling niet zo ver gaat dat intrekking zonder voorafgaand horen gerechtvaardigd is.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de vluchtelingenstatus wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek en schending van rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel.