ECLI:NL:RBSGR:2004:AO6261
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring van EU-burger wegens onterecht vervallen verklaard verblijfsrecht
Eiser, een Italiaanse staatsburger, werd op 18 maart 2002 in vreemdelingenbewaring gesteld wegens vermoedelijk illegaal verblijf in Nederland. De staatssecretaris had echter geen besluit genomen dat het verblijfsrecht van eiser was vervallen om redenen van openbare orde, zoals vereist volgens artikel 112 Vw Pro 2000 en artikel 8.13 Vb 2000.
De rechtbank heeft onderzocht of eiser als EU-burger een verblijfsrecht kon ontlenen aan artikel 18 EG Pro-verdrag, waarbij de jurisprudentie van het Hof van Justitie (Baumbast) leidend was. Dit recht kan slechts beperkt worden door voorwaarden zoals het beschikken over een ziektekostenverzekering en voldoende bestaansmiddelen. Uit de stukken bleek niet dat eiser hieraan niet voldeed.
Daarom had eiser niet in vreemdelingenbewaring mogen worden gesteld. De bewaring werd op 26 maart 2002 opgeheven en de rechtbank kende eiser een schadevergoeding van €760 toe wegens de onrechtmatige bewaring. Partijen konden binnen een week hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, heft de bewaring op en kent een schadevergoeding van €760 toe aan eiser.