ECLI:NL:RBSGR:2004:AO6201
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Quadekker
- Bosma
- Dam
- Rechtspraak.nl
Ontzegging rijbevoegdheid na verkeersovertreding met dodelijk ongeval
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde op 22 maart 2004 de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van verkeersovertredingen met ernstige gevolgen. Tijdens de terechtzitting van 8 maart 2004 werd verdachte gehoord en bijgestaan door zijn raadsvrouw. De officier van justitie vorderde vrijspraak voor het primair ten laste gelegde feit en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor 6 maanden voor het subsidiair ten laste gelegde.
De rechtbank oordeelde dat het primair ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen kon worden verklaard en sprak verdachte daarvan vrij. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte, terwijl hij een vrachtauto bestuurde, geen voorrang verleende aan een fietster met een passagiere op de bagagedrager, wat leidde tot een ongeval waarbij de passagiere overleed. De rechtbank achtte dit subsidiair ten laste gelegde feit strafbaar en veroordeelde verdachte tot een ontzegging van de rijbevoegdheid voor 6 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.
De rechtbank wees de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij af wegens de complexiteit van de vordering, die niet geschikt werd geacht voor behandeling in het strafgeding. Verdachte werd niet eerder met justitie in aanraking gebracht en heeft na het ongeval geen vrachtauto meer bestuurd. De straf werd gemotiveerd door de ernst van het feit, de gevolgen voor het slachtoffer en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van primair feit en veroordeeld tot 6 maanden ontzegging rijbevoegdheid, waarvan 4 maanden voorwaardelijk.