ECLI:NL:RBSGR:2004:AO6000
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Quadekker
- Rechtspraak.nl
Opheffing voorlopige hechtenis na partiële vrijspraak wegens vervallen twaalfjaarsgrond
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van verdachte na de einduitspraak, maar vóór het instellen van hoger beroep. De rechtbank constateerde dat de twaalfjaarsgrond, waarop de voorlopige hechtenis oorspronkelijk was gebaseerd, door een partiële vrijspraak niet langer van toepassing was. De officier van justitie had verzocht om toevoeging van de herhalingsgrond, maar de rechtbank wees dit af vanwege het verbod op detournement de pouvoir en het ontbreken van voldoende aanleiding bij eerdere toetsingsmomenten.
De rechtbank oordeelde dat de raadkamer bevoegd is om de gronden van de gevangenhouding ook na de uitspraak inhoudelijk te toetsen en dat het bevel tot gevangenhouding geldig blijft tot zestig dagen na de uitspraak. Desondanks achtte de rechtbank het voortzetten van de voorlopige hechtenis zonder geldige grond onjuist en besloot tot onmiddellijke opheffing van de voorlopige hechtenis en invrijheidstelling van verdachte.
Deze beslissing werd genomen in de raadkamer van de rechtbank 's-Gravenhage op 17 maart 2004, waarbij verdachte, zijn raadsman en de officier van justitie werden gehoord. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige toetsing van de voorlopige hechtenisgronden, ook na de einduitspraak, en het voorkomen van misbruik van bevoegdheden.
Uitkomst: De rechtbank heft de voorlopige hechtenis op en beveelt onmiddellijke invrijheidstelling van verdachte.