ECLI:NL:RBSGR:2004:AO5789
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Tan-de Sonnaville
- Van Coeverden
- Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Kwalificatie belastingaangiftebiljetten als brieven onder exclusieve concessie Postwet
In deze civiele procedure staat centraal of de door de belastingdienst verzonden belastingaangiftebiljetten van maximaal 100 gram, voorzien van persoonlijke gegevens zoals sofi-nummer, aangiftenummer, geboortedatum, rekeningnummer en barcode, als 'brieven' in de zin van de Postwet moeten worden aangemerkt. TPG stelt dat dit het geval is, waardoor de verzending onder haar exclusieve concessie valt. De Staat betwist dit en kwalificeert de biljetten als drukwerken.
De rechtbank beoordeelt dat de biljetten door de persoonlijke toevoegingen niet als drukwerken kunnen worden gezien, maar als brieven. Deze toevoegingen gaan verder dan enkel adressering en bevatten privacygevoelige informatie die niet openbaar is. Dit betekent dat de belastingdienst gehouden is de exclusieve concessie van TPG te respecteren en de aanbesteding van het vervoer van deze biljetten te staken.
De vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen omdat de belastingdienst op redelijke gronden handelde, mede door advies van OPTA. De rechtbank beveelt wel rectificatie van de aanbesteding en veroordeelt de Staat in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de belastingaangiftebiljetten brieven en beveelt de beëindiging van de aanbesteding door de belastingdienst.