ECLI:NL:RBSGR:2004:AO5401
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlenging verblijfsvergunning voor bepaalde tijd in strijd met Vreemdelingenwet 2000
Eisers, van Armeense nationaliteit, hadden verblijfsvergunningen met als doel medische behandeling en verblijf bij echtgenote. Na diverse besluiten en bezwaarprocedures verlengde de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) hun vergunningen met zes jaar, van 1998 tot 2004.
Eisers voerden aan dat deze verlenging in strijd was met de Vreemdelingenwet 2000, die een maximale geldigheidsduur van vijf achtereenvolgende jaren voorschrijft. De rechtbank stelde vast dat de verlenging inderdaad de wettelijke termijn overschreed en dat ook het beleid van de IND dit niet rechtvaardigt.
De rechtbank vernietigde de besluiten van 19 augustus 2003, verklaarde het beroep gegrond en beval de verweerder nieuwe besluiten te nemen binnen de wettelijke kaders. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd de Staat aangewezen als partij die het griffierecht aan eisers vergoedt.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten tot verlenging van de verblijfsvergunningen voor zes jaar en beveelt nieuwe besluiten binnen de wettelijke termijn van maximaal vijf jaar.