ECLI:NL:RBSGR:2004:AO3757
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.J.A. Quadekker
- J.T. van Belzen
- A. Teerds
- Rechtspraak.nl
Niet ontvankelijkheid vervolging wegens volledige ontoerekeningsvatbaarheid verdachte met verstandelijke handicap
De verdachte is een man met een verstandelijke handicap die niet in staat is de ernst van zijn daden te begrijpen en zich niet kan inleven in anderen. Psychologische en psychiatrische rapporten bevestigen zijn volledige ontoerekeningsvatbaarheid ten tijde van het strafbare feit. De deskundigen stellen dat zijn verstandelijk niveau overeenkomt met dat van een kind van zeven jaar, waardoor vervolging niet passend is volgens artikel 486 Sv Pro.
De rechtbank hield een zitting waarbij de verdachte niet aanwezig was, maar zijn raadsman wel. Een getuige, een groepsleider en begeleider van de verdachte, werd gehoord. De ouders van het slachtoffer hadden verzocht de zaak in te trekken, omdat zij de verdachte als een kind beschouwen die niet begrijpt wat er is gebeurd en het goed gaat met het slachtoffer.
Daarnaast constateerde de rechtbank dat het politieonderzoek niet volledig was: de verdachte was niet door deskundigen gehoord, maar door gewone agenten, en het studioverhoor van het slachtoffer bevatte sturende elementen. Gezien deze omstandigheden oordeelde de rechtbank dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging, omdat het in strijd handelt met een goede strafprocesorde.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk in de vervolging wegens volledige ontoerekeningsvatbaarheid van de verdachte.