ECLI:NL:RBSGR:2003:AO6253
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid inbewaringstelling en uitzetting Somalische vreemdeling
Eiser, een Somalische vreemdeling, werd op 31 oktober 2003 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij betwistte deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep behandeld en daarbij overwogen dat de inbewaringstelling in redelijkheid kon plaatsvinden vanwege het belang van de openbare orde en het voorkomen dat eiser zich aan uitzetting zou onttrekken.
Verweerder heeft aangetoond dat er zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Somalië, mede op basis van succesvolle eerdere uitzettingen via het Dubai- en Nairobi-traject. De rechtbank concludeert dat de bewaring niet onrechtmatig is en dat de wettelijke termijn van maximaal vier weken nog niet is overschreden. Tevens is vastgesteld dat eiser voorafgaand aan de bewaring vrijwillig verbleef in het Aanmeldcentrum Schiphol.
De belangenafweging tussen het belang van de openbare orde en het belang van eiser om niet van zijn vrijheid te worden beroofd, leidt tot het oordeel dat de maatregel gerechtvaardigd is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Partijen is gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de inbewaringstelling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.