ECLI:NL:RBSGR:2003:AO3082
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren vreemdelingenbewaring en kennisgeving termijn
Eiser is op 28 april 2003 in vreemdelingenbewaring gesteld. Bij uitspraak van 6 november 2003 werd een eerder beroep tegen deze bewaring ongegrond verklaard. Verweerder heeft de rechtbank tijdig geïnformeerd over het voortduren van de bewaring, conform artikel 96 Vreemdelingenwet Pro 2000.
De rechtbank stelt vast dat de kennisgevingstermijn begint te lopen op de dag na de vorige uitspraak, conform het gebruik in het bestuursrecht. De kennisgeving op de 28e dag van de termijn is daardoor tijdig. Hoewel eiser al ruim zeven maanden in bewaring is, acht de rechtbank de voortzetting van de bewaring gerechtvaardigd vanwege het belang van de uitzetting en het niet naleven door eiser van aanzeggingen om Nederland te verlaten.
De rechtbank weegt mee dat er zicht is op vaststelling van de identiteit van eiser en afgifte van een laissez-passer, wat uitzetting mogelijk maakt. Ondanks onduidelijkheid over de status van de laissez-passer-aanvraag bij Tunesische autoriteiten, is de voortgang bij de Algerijnse autoriteiten voldoende. Artikel 5 EVRM Pro wordt niet geschonden. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.