ECLI:NL:RBSGR:2003:AO1689
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering over Tunni-bevolkingsgroep
Verzoeker, lid van de Tunni-bevolkingsgroep uit Somalië, diende een asielaanvraag in na bedreigingen en afpersingen door een clan. Verweerder wees de aanvraag af, stellende dat de problemen niet persoonlijk gericht waren en dat er een vestigingsalternatief in Somalië bestond. Verzoeker betoogde dat hij als lid van een minderheidsgroep persoonlijk werd bedreigd en dat het beleid (TBV 2003/4) niet correct was toegepast.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het ambtsbericht over de Tunni onduidelijk was, maar dat de Tunni mogelijk tot de Benadiri gerekend kunnen worden, waarvoor het beleid een ruimere bescherming biedt. Verweerder kon geen eenduidig antwoord geven en had onvoldoende gemotiveerd waarom het beleid niet was toegepast.
De rechtbank oordeelde dat de beschikking onzorgvuldig was en dat het beschermingsalternatief niet overtuigend was aangetoond, mede omdat leden van de Benadiri geen vlucht- of vestigingsalternatief hebben in het relatief veilige gebied van Somalië. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de beschikking vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en onzorgvuldige toepassing van het beleid.