ECLI:NL:RBSGR:2003:AO1010
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning wegens onttrekking aan toezicht niet bewezen
Eiser, van Soedanese nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van het driejarenbeleid. Verweerder weigerde deze vergunning met als reden dat eiser zich zonder geldige reden aan het toezicht zou hebben onttrokken, een contra-indicatie volgens de Vreemdelingencirculaire 2000.
De rechtbank oordeelt dat uit het dossier, met name het formulier M100, niet blijkt dat eiser tijdens de bezwaarprocedure een meldplicht had. Ook is geen wettelijke verplichting vastgesteld die eiser verplichtte contact te houden met de autoriteiten. De stelling dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken is onvoldoende onderbouwd, mede omdat de mededeling van een medebewoner niet in een ambtsedig proces-verbaal is vastgelegd.
Daarom mocht verweerder de contra-indicatie niet aan eiser tegenwerpen. Het beroep tegen het besluit van 11 september 2002 wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd. Het beroep tegen het eerdere besluit wordt ongegrond verklaard. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en de griffierechten worden toegewezen aan eiser.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd omdat niet is vastgesteld dat eiser zich zonder geldige reden aan het toezicht heeft onttrokken.