ECLI:NL:RBSGR:2003:AN9856
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten verblijfsvergunning wegens niet-toetsing driejarenbeleid
Eisers, afkomstig uit Azerbeidzjan en van gemengde Armeense afkomst, vroegen in mei 1999 asiel aan in Nederland. De minister wees hun aanvragen af en verklaarde hun bezwaren ongegrond. Eisers voerden onder meer aan dat zij vanwege hun afkomst vervolging en discriminatie vreesden en dat het driejarenbeleid op hen van toepassing was.
De rechtbank oordeelde dat de geloofwaardigheid van het asielrelaas onvoldoende was vanwege tegenstrijdigheden en onduidelijkheden in verklaringen, waaronder het ontbreken van paspoorten en onlogische data in documenten. De rechtbank bevestigde dat eisers niet als vluchtelingen konden worden aangemerkt en dat er geen klemmende humanitaire redenen waren om verblijf toe te staan.
Echter, de rechtbank stelde vast dat de minister bij de besluiten van mei 2002 niet ambtshalve had getoetst of aan de voorwaarden van het driejarenbeleid was voldaan. De termijn van drie jaar was op 23 mei 2002 verstreken, gerekend vanaf de datum van melding bij de autoriteiten op 24 mei 1999. Hierdoor waren de besluiten in strijd met het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel van de Awb en moesten worden vernietigd.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de bestreden besluiten en bepaalde dat de minister nieuwe besluiten moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten van de minister wegens het niet ambtshalve toetsen aan het driejarenbeleid en beveelt nieuwe besluitvorming.