ECLI:NL:RBSGR:2003:AN9827
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit uitzetting wegens onvoldoende motivering medische begeleiding
Eiser, van Iraanse nationaliteit, vroeg een verblijfsvergunning voor medische behandeling aan, welke werd afgewezen door verweerder. De rechtbank toetst marginaal de redelijkheid van het besluit en constateert dat verweerder terecht oordeelde dat Nederland niet het meest aangewezen land is voor de behandeling van eiser, gezien het advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) dat behandeling in Iran mogelijk is.
De rechtbank weegt mee dat de behandeling in Iran weliswaar minder uitgebreid is, maar dat dit niet betekent dat behandeling onmogelijk is. De stelling van eiser dat behandeling in Iran onmogelijk is vanwege politieke redenen wordt niet gevolgd, mede omdat dit niet onderbouwd is en de medische adviseur dit niet bevestigt.
Echter, de rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft onderbouwd hoe eiser verantwoord kan worden uitgezet naar Iran, gezien zijn ernstige medische toestand en het risico op een medische noodsituatie. De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak die stellen dat de uitzettingsbevoegdheid geen discretionair besluit is maar een rechtsgevolg van de afwijzing van de verblijfsvergunning.
Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit en gelast verweerder een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de medische omstandigheden van eiser. Tevens worden de proceskosten en het griffierecht aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot uitzetting wordt vernietigd en verweerder dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de medische situatie van eiser.