ECLI:NL:RBSGR:2003:AN9809
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.A. van der Ham
- E.S.G. Jongeneel
- H.G.T.J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens onrechtmatige vervolging door openbaar ministerie
Leemhuis & Van Loon B.V., een effectenhuis, werd strafrechtelijk onderzocht en vervolgd wegens vermoedens van beursfraude, waaronder misbruik van voorwetenschap en witwassen via coderekeningen. Het openbaar ministerie voerde onder meer een gerechtelijk vooronderzoek en een vordering tot onderbewindstelling in, welke laatste werd afgewezen. De strafrechter verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk wegens grove onzorgvuldigheden en schending van procesrechtelijke beginselen.
Leemhuis stelde de Staat aansprakelijk voor schade veroorzaakt door het onrechtmatige handelen van het openbaar ministerie, waaronder onvolledige informatieverstrekking aan de rechter-commissaris, late en onjuiste communicatie over de onderbewindstelling, en onzorgvuldige persvoorlichting. De rechtbank onderzocht de rechtmatigheid van het strafrechtelijk optreden en de persvoorlichting aan de hand van het strafvonnis en de geldende richtlijnen.
De rechtbank oordeelde dat het openbaar ministerie niet onrechtmatig had gehandeld bij het instellen van de strafvervolging en het vorderen van het gerechtelijk vooronderzoek en de onderbewindstelling. Ook werd het persbeleid niet onrechtmatig bevonden, ondanks dat de officier van justitie enkele onzorgvuldige uitlatingen deed. De gestelde onrechtmatigheid was onvoldoende om het gevorderde schadebedrag te rechtvaardigen en er was geen causaal verband tussen het optreden van het openbaar ministerie en de schade van Leemhuis.
De vordering tot schadevergoeding werd daarom afgewezen en partijen werden veroordeeld hun eigen proceskosten te dragen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de schadevordering van Leemhuis af wegens onvoldoende aannemelijkheid van onrechtmatigheid en causaal verband.